Projectmanagement

In klas 3 & 4 van het vak D&I zal samenwerken een prominente plaats innemen. Dit gebeurt door middel van projecten waarbij een klantvraag gesteld is. In klas 4 mogen leerlingen zelfs hun eigen klantvraag bedenken. Leerlingen moeten zelf gaan onderzoeken hoe zij tot het beste eindresultaat komen en welke stappen zij daarin moeten ondernemen. Dit betekent dat er geïnventariseerd en gepland moet worden. Daarnaast moeten zij met elkaar de individuele- en groepsvoortgang goed bijhouden om tot een mooi eindresultaat te komen. Een voorbeeld is:

Het bedrijf “Ekin” is een bekend producent van sportswear voor vrouwen en mannen. Zij hebben jullie gevraagd om voor hen een website te gaan ontwikkelen. Het doel van de website is promotie van het merk. Het is dus geen webshop. Het onderdeel van het bedrijf dat promotie middels een website nodig heeft, is de outdoor afdeling. Dit onderdeel van het bedrijf verkoopt voornamelijk kleding en benodigdheden voor buitenrecreatie. Denk hierbij aan equipment voor:

  • hiking
  • mountainbiking
  • snowboarding

De leerlingen moeten vervolgens zelf gaan bepalen wat er gemaakt moet worden. Logischerwijs moeten ze tot de conclusie komen, dat voordat de website in ontwikkeling gaat, de groep een indeling en huisstijl moet bepalen. Ook moeten zij bijvoorbeeld goed nadenken over functionaliteiten in de website. Daarna moeten zij gaan bouwen. Hierin moet het werk goed verdeeld worden.
Om dit alles bij de leerlingen duidelijk te krijgen, gaan zij werken met een speciale wijze van samenwerken, die afgestemd is op de leeromgeving van de leerlingen. Deze wijze van werken is sterk afgeleid van de bekende SCRUM-methode die veel in het bedrijfsleven ingezet wordt.

Aan de start van het project gaat de projectgroep goed nadenken over alle taken binnen het project. Voorbeelden hiervan binnen het bovenstaande project zijn:

  • flowchart
  • huisstijl
  • teksten
  • homepage
  • “over” pagina
  • “locatie” pagina
  • kaart invoegen
  • video invoegen
  • enz.

Leerlingen krijgen post-its om op te schrijven. Ieder individueel product krijgt een aparte post-it. Deze moeten geordend worden op werkvolgorde. Daarnaast moeten leerlingen 100 punten verdelen over de verschillende producten. Deze 100 punten staan symbool voor 0% tot 100% en geeft de voortgang van het project weer.

Daarnaast wijst de groep een projectleider aan die de taken uitdeelt. Wanneer deze stap is afgehandeld, gaat de groep eerst in overleg met de docent om een go te krijgen. In geval van een no-go zal de groep hun geplande proces moeten uitbreiden of verkleinen.

Aan het begin van iedere les start de groep eerst bij hun bord. Ze bespreken de voortgang van hun project, waarna de projectleider taken gaat uitdelen. Bij het uitdelen van taken is het van belang dat de rest van de groep instemt met de projectleider. Wanneer een taak is uitgedeeld wordt de post-it verplaatst van “todo” naar “in progress”.

Wanneer een post-it is afgehandeld kan deze naar de kolom “done” worden verplaatst. De projectgroep komt aan het einde van de les weer bij elkaar om te kijken hoeveel taken er zijn afgehandeld. Ook mag het behaalde aantal punten toegevoegd worden aan de procesgrafiek.

Wanneer het project klaar is, zal de projectgroep hun eindproduct voor de docent (evt. voor de groep) demonstreren. Dit kan in de vorm van een live-demonstratie, presentatie of pitch. Van de groep wordt verwacht dat zij ook terugkijken op hun groepsproces en leerpunten benoemen voor een volgend project.

De docent als coach

In dit alles is de docent coachend aanwezig. Hij houdt voornamelijk zicht op de voortgang van groepen bij de start-up. In de ideale setting kan een projectgroep op ieder moment starten en eindigen, dus ook buiten de lessen! Wanneer de groepen aan het werk zijn zal de docent voornamelijk zich geïnteresseerd opstellen en de groepsdynamiek observeren. Waar nodig zal de docent hierin bijsturen. De docent moet snel kunnen ingrijpen wanneer het in een groep niet lekker loopt.